donderdag 15 oktober 2009

Credo (deel II)

Ik ga nu gewoon schrijven wat ik op dit moment denk.

Wat is muziek? Eigenlijk is muziek gewoon een rangschikking van geluiden; tonen die op een bepaalde manier in een bepaalde tijdsspanne zijn geplaatst. De vraag wordt vaak gesteld, terwijl het naar mijn mening toch niet de belangrijkste vraag is. Een veel interessantere is namelijk: wat doet muziek? Want tijdens al het gepraat over middel en doel verloor ik een bepaald aspect van muziek uit het oog: wat het voor mij betekent, en dus ook wat het voor elke leerling kan betekenen.

Herkenbaar voor jezelf waarschijnlijk: muziek kan je raken. Het maakt emoties los, het kan een sfeerbeeld scheppen, het is zelfs in staat losjes een verhaal te vertellen zonder woorden. Met andere woorden: muziek is een taal. Niet zomaar een taal, het is de grootste taal ter wereld. De enige echte internationale taal. Nog meer dan bijvoorbeeld Engels? Stel jezelf de volgende twee vragen:
  • spreekt elk volk ter wereld Engels? Nee. Er zijn nog genoeg volken op Aarde die geen woord Engels spreken. Als dit wel zo was, zouden er nu heel wat tolken werkloos zijn. Dit brengt ons tot de tweede vraag:
  • kent elk volk ter wereld muziek? Ja. Muziek is zeer waarschijnlijk zelfs één van de oudste vormen van communicatie die er bestaan. Het is goed mogelijk dat mensen al musiceerden voordat ze konden spreken.
Toegegeven, de taal Muziek beschikt niet over de vele praktische eigenschappen van de taal Engels (probeer maar eens met muziek duidelijk te maken dat je een halfje bruin wilt kopen). Maar veel meer dan Engels, of Spaans of welke wereldtaal dan ook, verbindt het zo'n beetje alle groepen van de wereld met elkaar. Het Christendom en Islam mogen dan nog zo veel meningsverschillen hebben, ze kennen allebei muziek. In Afrika mogen dan nog zo veel burgeroorlogen woeden, zowel de rebellen als de overheden kennen muziek. Zeg het me gerust als je dit allemaal iets té idealistisch vind klinken, maar persoonlijk ben ik van mening dat het alleen maar beter kan gaan in deze wereld wanneer iets meer mensen muziek zouden spreken en verstaan.

Wat betekent dit? Ben ik nu overgestapt naar het kamp 'doel'? Laat ik onze collega's van het team 'middel' links liggen? Nee, ik sta nog steeds met m'n rechter oor in het ene gebied en met m'n linker oor in het andere. Wel begrijp ik een opmerking die ik zowel Erzsi als Suzan heb horen maken tijdens de hoofdvaklessen: 'we geven het vak muziek omdat muziek bestaat'.

Ik ben niet van mening dat er in de onderbouw al enorm veel kennis naar binnen gestampt moet worden. Mijn idee van 'kennismaking' staat nog steeds overeind. Laat de leerlingen eerst maar eens in aanraking komen met zo veel mogelijk aspecten van muziek. Laat hen proeven van alle mogelijkheden die het vak biedt en geef hen de ruimte zelf verder te gaan als ze dat willen. Leg hen uit wat de functie van muziek is in onze maatschappij, en de wereldmaatschappij.
Leer hen de basis van spreken en verstaan.


Een volgende keer ga ik specifieker in op de eisen die ik stel aan een leerling na drie jaar muziekles.

Eerste lesdag

Het was me een koude ochtend gister! Om 6.55 stond ik op station Lunetten te bibberen, wachtend op de trein, muziek luisterend en met mijn lesplannen op zak. Doordat Maarten helaas niet kon komen, viel mij de eer ten dele zes klassen les te geven. Na de stage mocht ik dan gelijk doorhobbelen naar m'n werk; het beloofde dus een echte feestdag te worden.

Goed, dit klinkt een stuk moeilijker en vermoeiender dan het eigenlijk was. De zes klassen bestonden namelijk uit vier brugklassen en twee 2e klassen, en zodoende hoefde ik maar twee lessen te geven die ik steeds kon herhalen. Ik heb gister dan ook echt ervaren hoe fijn het is om dezelfde les gewoon vier keer achter elkaar te kunnen geven. Alle kleine details die je in de eerste les over het hoofd ziet, of verkeerd uitlegt, gaan in de laatste les gewoon prima.

Op de Amersfoortse Berg werkt Esther met de methode 'Intro'. Daar heb ik dus ook mijn lessen vandaan gehaald.
Met de brugklassen heb ik een opdracht gedaan uit het hoofdstuk 'componeren', waarbij de leerlingen ieder zelf een motief moesten maken van vier tonen (beginnend op de a, keuze uit d, e, g, a, c). Vervolgens gingen ze in tweetallen met klokkenspellen bij elkaar zitten en elkaar hun motief voorspelen, de ander moest dan puur op gehoor het motiefje proberen na te spelen. Dit vonden de leerlingen moeilijk, maar over het algemeen ook ontzettend leuk en spannend. Het hele idee van zelf een stukje muziek schrijven (want ze moesten het ook noteren) viel volgens mij erg in de smaak. Wanneer de duo's klaar waren maakte ik de opdracht groter: duo aan de ene kant van de klas speelt een van hun motieven voor, duo aan de andere kant probeert het na te spelen. En ook: iemand speelt zijn/haar motief, kijkt iemand aan die het dan na moet spelen en vervolgens zijn/haar eigen motief speelt en iemand anders aankijkt, enz.
Ik heb echt genoten van deze lessen.

Met de 2e klassen moest ik een theorie les doen, ter voorbereiding op een proefwerk dat ze over een aantal weken hebben. Ik had nog nooit een theorieles gegeven, dus dit was wel een uitdaging. Gelukkig werken we met Intro (ik vind het nu al een geweldig boek) en staat daar keurig op een rijtje wat de leerlingen moeten kennen en met welke oefeningen ze dat kunnen leren. Ik heb dus klassikaal luisteropdrachten met ze gedaan, de 'triool' uitgelegd en een soort ritmische puzzel met ze opgelost (een maat heeft een halve tel te veel, maak hem kloppend door van sommige achtste noten zestiende noten te maken - moeilijk!)
Bij de eerste 2e klas had ik enige moeite de aandacht er bij te houden. Esther heeft me verteld dat dat niet helemaal mijn fout was, aangezien deze klas op de een of andere manier gewoon totaal niet gemotiveerd is voor het vak muziek. Ik ben dus benieuwd hoe dit in de volgende lessen gaat. De tweede 2e klas ging heerlijk. Iedereen lette goed op en ze wilden de stof echt begrijpen. Ze waren ook gewoon eerlijk als ze iets niet snapten, zodat ik extra uitleg kon geven of het op een andere manier kon proberen uit te leggen. Ook zaten er een paar leerlingen in deze klas die al wisten wat een triool was en die dat graag even aan hun medeleerlingen uit wilden leggen.

Al met al viel deze lange lesdag me erg mee. De zenuwen verdwijnen al na de eerste les en daarna is het eigenlijk juist heel relaxt om dezelfde les nog een paar keer te kunnen doen. Bij de laatste brugklas die ik lesgaf zat ik heerlijk ontspannen in die lekkere stoel achter het bureau en kon ik zonder moeite uitleggen wat de opdracht was.

Belangrijkste tip van vandaag: soms moet ik preciezer zijn in wat ik van de leerlingen verwacht.
Mooiste top: de laatste les verliep vloeiend en goed.

zaterdag 5 september 2009

Credo (deel I)

Jullie zullen misschien niet geloven hoe blij ik ben dat we deze onderwerpen nu behandelen. De afgelopen maanden heb ik namelijk steeds met de volgende vraag geworsteld: waarom geven we muziekles aan al die kinderen?

Begin vorig jaar zag ik het nog als vanzelfsprekend; ik had er zelfs niet eens echt over nagedacht. Misschien omdat we op het conservatorium omringd worden door mensen die muziek als een dagelijkse bezigheid beschouwen. Misschien ook omdat ik zelf zo lang met muziek bezig was dat ik het als dagelijkse bezigheid beschouwde (wat het voor ons ook is, natuurlijk). Maar toen ik de afgelopen twee maanden op reis was, bijna om de twee weken met andere mensen, begon ik mezelf dingen af te vragen. Want veel van mijn vrienden doen nu helemaal niets met muziek. Ja, ze luisteren er naar, ze kunnen er van genieten. Maar doen ze bijvoorbeeld ooit nog iets met hun kennis van akkoorden, als ze zich dat uberhaupt nog kunnen herinneren? Gebruiken ze ooit nog het notenschrift? Ik begon me af te vragen of het niet een beetje verspeelde moeite was om deze jongens muziekles te geven... wat hebben ze er nu immers nog aan?

De muzikant en muziekdocent in mij begon natuurlijk meteen te protesteren. Natuurlijk kregen ze muziekles; dat hoort er immers bij! Ik heb toch ook zitten blokken voor wiskunde, economie en aardrijkskunde, en wat doe ik daar nou nog mee? Het twijfelende stemmetje wierp tegen dat ik dankzij wiskunde en economie nu mijn loonstrookjes begrijp, dat ik dankzij aardrijkskunde nu weet waar India ligt en weet dat ik niet moet proberen naar Australie te fietsen. Zaken die in het gemiddelde leven van elke volwassene van belang zijn. Maar harmonische kennis, het kunnen lezen van het notenschrift en het kunnen spelen in een bandje... zijn dat eigenlijk ook zulke onmisbare zaken?
Ik begon allerlei redenen te bedenken waarom muziekles toch gegeven zou moeten worden aan scholieren. Misschien doen we het wel zodat de muziektraditie in stand blijft? Als we zo veel mogelijk kinderen leren over muziek zullen er altijd genoeg mensen geinteresseerd in blijven en zal die kennis nooit verloren gaan. Maar is dat wel nodig? Zijn er niet altijd genoeg mensen geinteresseerd in muziek om het voort te laten bestaan?
Op die manier dacht ik maar door.

Toen las ik ergens dat de middelbare school niet tot doel heeft zo veel mogelijk feiten en kennis bij leerlingen naar binnen te werken, maar dat het dient om de leerling te leren studeren. Op die manier zijn ze voorbereid op hun vervolgstudie, waar ze dan effectief aan de slag kunnen om een vak naar keuze te leren. De vakken die op de middelbare school worden onderwezen zijn dus eigenlijk een soort middel om de leerlingen een nuttige vaardigheid mee te geven. Hee, zou het niet ook zo zitten bij muziek? Is muziek eigenlijk niet gewoon een middel om de leerling vaardigheden te leren die wel zeer belangrijk zijn, maar niet geleerd worden bij wiskunde? Want wat hebben mijn vrienden wellicht wel (deels) geleerd tijdens de muzieklessen op school? Samenwerking, verantwoordelijkheid nemen, elkaar de ruimte geven en ruimte nemen waar dat nodig is. Ze leerden er dat sommige doelen moeilijk te bereiken zijn, maar dat het resultaat vaak de moeite waard is; ze leerden er omgaan met kritische beoordelingen. Allemaal zaken die de gemiddelde volwassene wel degelijk tegenkomt in zijn/haar dagelijks leven.
Maar toch, zijn deze vaardigheden alleen tijdens muzieklessen te leren? Komen ze ook niet aan bod tijdens, bijvoorbeeld, vakken als drama en lichamelijke opvoeding? Ik nam mezelf voor deze vragen allemaal te stellen het aankomende schooljaar tijdens de hoofdvak lessen. Tot die tijd zou ik mijn muziek-als-middel redenering als meest logische redenering aanhouden.

Muziek als middel dus. Dit was mijn visie toen ik afgelopen woensdag naar school kwam, wat jullie hebben kunnen horen tijdens de discussie. Er werden door jullie die middag vele wijze woorden gesproken en vele goede argumenten gemaakt voor ofwel muziek als middel, ofwel muziek als doel. Hetgeen tot gevolg had dat het twijfelende stemmetje – dat zich had afgevraagd waarom we in vredesnaam muziekles geven – en dat in de loop der tijd helemaal niet zo twijfelend meer klonk, nu toch weer begon te twijfelen. Want zoals onder andere Renske en Thijs heel goed opmerkten is muziek gewoon een vak, niet slechts een middel om gaten in de opvoeding op te vullen (vrije verwoording). Muziek moet dus ook daadwerkelijk geleerd worden, en niet slechts gebruikt. Hier sluit ik me bij aan, maar ook weer niet helemaal. Ik ben van mening dat je de leerlingen veel verschillende soorten muzikale kennis moet aanbieden, maar er ook voor moet zorgen dat ze tijdens opdrachten in de les de eerdergenoemde vaardigheden binnen krijgen.

Ik wil op dit punt graag even een verwijzing maken naar de (voorlopige) visie van Kim. Zoals je daar kunt lezen zegt zij dat ze het liefst muziek als middel èn als doel gebruikt. En waarom ook eigenlijk niet? Je kunt de leerlingen tegelijkertijd muziek leren en de vaardigheden die erbij horen. Maar waar ligt de nadruk? En is het nodig om een nadruk te leggen op middel of doel?

Tot zover het eerste deel van mijn credo.


Next time, on CREDO:
  • Waar ligt de nadruk; middel of doel?
  • Wat moet de Havo 3-leerling aan het eind geleerd hebben?
  • Hoe ga ik dat bereiken?

Stay tuned!

maandag 1 juni 2009

Muzieksmaak = Karakter ?

In de Trouw lees ik dat wetenschappers in Texas willen aantonen dat muzieksmaak veel zegt over je karakter. Nou is het niet dat ik niet van psychologie houd hoor, maar toch welt tijdens het lezen van zo'n artikel altijd één vraag sterk bij me op: wáárom? Probeer alsjeblieft niet alles wetenschappelijk te verklaren, zeker niet wanneer het zaken als muziek en karakter betreft.

Bovendien denk ik niet dat het waar is. Oh, tuurlijk luister ik onder andere naar de muziek waar mijn beste vrienden ook naar luisteren, maar dat is denk ik eerder te wijten aan het feit dat we elkaar opzadelen met muziek die we leuk vinden dan dat onze karakters zo sterk overeen komen. Wanneer je opgroeit in een bepaald klimaat luister je nu eenmaal naar muziek die daar veel in voorkomt. Of dachten deze wetenschappers soms dat alle jongeren uit The Bronx hetzelfde karakter hebben omdat ze allemaal in de hiphop scene zitten?

Okee, ik wil best toegeven dat je makkelijker bevriend kan raken met mensen die van dezelfde muziek houden als jij, maar dan nog hoeft het niet te betekenen dat je hetzelfde karakter hebt. Ik ken genoeg mensen die naar dezelfde muziek luisteren als ik, maar waar ik verder niets gemeen mee heb.

En dan lees ik in het NRC dat de muzieksmaak van jongeren en jonge volwassenen stabiel is, dat het niet of nauwelijks verandert. Betekent dit dan dat je muzieksmaak zou veranderen als je karakter zou veranderen, of dat je karakter verandert wanneer je je muzieksmaak aanpast?
Of betekent het dat er geen mogelijkheid is tot verandering van karakter, dat je in feite je hele leven zo in elkaar zit als je nu bent?

Lang leve de wetenschap.


Column geschreven n.a.v. de stelling:
Staat muzieksmaak gelijk aan karakter?

De volgende artikelen heb ik gebruikt:
'Tieners zijn trouw aan hun muziekstijl' door Bernard Hulsman (NRC)
en
'Muziek, spiegel van ons innerlijk' door Martin van der Laan (Trouw)
(http://www.trouw.nl/archief/article1314943.ece/Muziek__spiegel_van_ons_innerlijk.html)

Kunde door Kennis, Kick door Kunde, Kennis door Kick.

Wie zich een tijdje met muziek bezighoudt ontdekt al snel dat het bovenal om een bijna ongrijpbare hoeveelheid aan variatie gaat. Variatie in stijl, variatie in emotie, in klank, instrumentatie en betekenis. Muziek zelf zou omschreven kunnen worden als tonen die door een variatie in hoogte en duur tot een interessant geheel worden gevormd. Geen wonder dus dat er ook heel wat variatie mogelijk en gewenst is bij het geven van muzieklessen.

Job ter Steege noemt in zijn artikel drie elementen die van toepassing zijn op muziekonderwijs: kick, kennis en kunde. Ter Steege stelt dat in de ideale muziekles al deze drie zaken aan de orde komen: leerlingen steken er iets van op (kennis), leerlingen zijn actief bezig met musiceren en/of luisteren (kunde) en de leerlingen vinden er voldoening in (kick). Om deze elementen goed te kunnen illustreren, gaan we terug naar de oorsprong van het Nederlandse muziekonderwijs, waar twee muziekpedagogen een opmerkelijke rol speelden.

Allereerst was daar Willem Gehrels, die de eerste stap zette door muzieklessen aan te bieden aan kinderen van ouders die financieel minder bedeeld waren. In zijn visie moest muziekonderwijs voor iedereen beschikbaar zijn, ongeacht zijn/haar rang en vermogen. Gehrels' manier van onderwijs was wat we nu 'traditioneel' zouden kunnen noemen, in dat opzicht dat er op zijn scholen aan de leerlingen geleerd werd wat door de docenten belangrijk werd geacht; namelijk het luisteren en spelen van muziek. Als we ter Steege's elementen loslaten op Gehrels' methode kunnen we vaststellen dat zijn methode gericht was op het element 'kunde'.

De tweede belangrijke pedagoog was Ad Heerkens. Een generatie scheidt hem van Gehrels, en zijn methode was dan ook vernieuwend. Hij ging door op het ideaal van Gehrels, namelijk het aanbieden van muzieklessen aan kinderen van alle standen, maar vond dat in het muziekonderwijs de beleving van het kind centraal moest staan. Zijn methode is dan ook eerder te omschrijven als 'kick'; de leerlingen konden de muziek relateren aan hun eigen belevingswereld.
Hoe verschillend ook, de methodes van Gehrels en Heerkens hadden iets gemeen: ze waren beiden gebaseerd op het overbrengen van kennis. Hiermee is volgens ter Steege vast te stellen dat het ideale muziekonderwijs een mix is tussen de methodes van Gehrels en Heerkens.

Vanaf 1971 vinden er grote veranderingen plaats op gebied van muzikaal onderwijs op middelbare scholen. Zo wordt muziek een officieel eindexamenvak en krijgt popmuziek eindelijk een gelijkwaardig plaatsje naast klassieke muziek. Het is een tijd van idealisme en motivatie. Maar er is een nadeel: de veranderingen hebben vooral betrekking op het voortgezet onderwijs, waardoor het muzikale onderwijs op basisscholen nog te verwaarlozen valt. Hierdoor hebben veel aanstormende brugklassers een muzikale achterstand, waar de vakdocent op de middelbare school vervolgens ook weinig mee kan.
De jaren 80 staan in het teken van bezuinigingen, ook op het gebied van onderwijs. Minister Deetman perkt de opleiding schoolmuziek flink in. Wel krijgt ook binnen deze opleiding popmuziek eindelijk een mooi plaatsje. In de jaren 90 wordt de basisvorming ingevoerd en ontstaan er verschillende goede lesmethodes. Ook op PABO's wordt er gewerkt aan muzikale vorming, waardoor basisscholieren uiteindelijk beter voorbereid het voortgezet onderwijs in zullen gaan.

Tot zover een zeer beknopte geschiedenis van het Nederlandse muziekonderwijs. Het is goed te begrijpen dat, met zo veel veranderingen in lesmethodiek en onderwijsvormen in het algemeen, er heel wat verschillende muziekdocenten in Nederland rondlopen. Immers, elke nieuwe generatie docenten heeft een inhoudelijk totaal andere opleiding gevolgd dan de generatie voor hem.
Is het 'kennis, kunde, kick-model' van Job ter Steege dan nog wel relevant voor toekomstige muziekdocenten zoals mijn klasgenoten en ik? Kunnen we ons niet beter richten op het ontwikkelen van onze eigen theorie, in plaats van onze lessen plaatsen onder ter Steege's model?
Ik denk zeker dat iedere docent in opleiding zo veel mogelijk tijd moet investeren in het vinden van zijn/haar eigen stijl. Echter, bij het ontwikkelen van je persoonlijke stijl kan het nuttig zijn om eerst andere theorieen te bestuderen. Daarom zal ik nu mijn visie geven op het 'kennis, kunde, kick-model', en welk van die drie elementen het belangrijkst is in een muziekles.

Laat ik dan beginnen met zeggen dat het in mijn ogen een vergissing is om deze drie elementen gescheiden te beschrijven. Het lijkt dan namelijk net alsof je maar één van de drie doelen in je les kan verwerken, en dat het in ieder geval erg lastig is om ze alledrie te gebruiken. Persoonlijk zie ik weinig reden om kennis, kunde en kick los van elkaar te zetten; ik zie ze eerder als één geheel, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als ik namelijk denk aan die dingen waar ik voldoening in vond tijdens muzieklessen, dan waren dat de momenten waarop ik iets eindelijk begreep, of een moeilijk speelstuk eindelijk foutloos kon opvoeren. Dan haalde ik dus 'kick' uit 'kennis' en 'kunde'.

Aan de andere kant is het soms makkelijker om bepaalde zaken te delen in kleinere groepen. Het is makkelijker om elke dag een baksteen te metselen dan in één dag een heel huis te bouwen. Divide et impera zullen we maar zeggen. En als je die drie gegevens dan los van elkaar bekijkt, moet je als docent een afweging maken: wat wil je dat je leerlingen leren? Wil je dat ze vooral heel veel weten over de geschiedenis en theorie? Wil je dat ze vooral goed in staat zijn analytisch te luisteren en te musiceren? Of wil je simpelweg dat de leerlingen met een goed gevoel naar huis gaan?

Als we de zaken op deze manier stellen, zou mijn voorkeur uitgaan naar 'kunde'. In mijn visie is muziek bovenal een taal. Minder gedetailleerd dan bijvoorbeeld Nederlands of Engels, maar wel veel puurder en bovendien de enige echte internationale taal. Er is geen menselijke cultuur op deze planeet waar geen muziek in voorkomt. Als docent zie ik het als mijn doel om de leerlingen te doen beseffen welke mogelijkheden hieraan verbonden zijn, en ze tevens de beginselen van deze prachtige taal te leren. Als het even meezit, zien ze dan in hoe geweldig groots muziek eigenlijk is, en hopelijk halen ze daar dan 'kick' uit.
Maar zie, daar ga ik al: ik verbindt 'kunde' met 'kick'. In feite heb ik ook 'kennis' aan bod laten komen, want voordat de leerlingen de taal der muziek kunnen spreken hebben ze kennis nodig over de mogelijkheden. Zelfs wanneer ik het opzettelijk gescheiden probeer te houden, lukt het me niet.


Wie zich een tijdje met muziek bezighoudt ontdekt al snel dat het bovenal om een bijna ongrijpbare hoeveelheid aan variatie gaat. Zo ook in het onderwijs, blijkt het. Waar een 'kunde, kennis, kick-model' voor Job ter Steege en anderen misschien goed kan helpen, merk ik dat ik er weinig aan heb. Ik geloof in kunde door kennis, kick door kunde en voor de docenten onder ons: kennis door kick. Weten welk lesmateriaal een kick geeft is voor docenten immers van groot belang. Volgens ter Steege bevat de ideale muziekles alle drie de onderdelen. Ik wil het simpeler stellen: kunde, kennis en kick zijn altijd met elkaar verbonden; zolang de les dus verloopt zoals jij gepland had, is de les ideaal. Je hebt ze dan immers geleerd wat je wilde dat ze leerden, de leerlingen begrepen de stof en kunnen er dus wat mee, en zolang de leerlingen maar wéten dat ze inderdaad iets bereikt hebben, halen ze er genoeg 'kick' uit om de volgende les weer vol motivatie aan de slag te gaan.

woensdag 6 mei 2009

6 mei 2009

Na een lange tijd van lesuitvallen (mentor ziek, ik ziek, projectdag en vakantie) was het eindelijk weer tijd voor wat lessen. Mijn plan was om deze keer gewoon min of meer overnieuw te beginnen met de opdracht die ik de vorige keer aan de havo klas heb gegeven (ze krijgen een melodie en moeten dat uitwerken tot een een zelfstandig stukje + percussie begeleiding).

De eerste bel ging. Vreemd, waar is de klas? De tweede bel ging... Lennard toch maar even kijken waar iedereen uithangt. Blijkt het dat m'n havo klassie weer een of ander dagje uit hebben (argh). Maarja, wel weer genoeg tijd over om mijn lesplannen door te spreken voor de gymnasium klas.
Deze klas had de opdracht sowieso nog nooit gehad, dus dat was ook wel leuk. Ik begon dit keer met wat uitleg over notenschrift (een noot geeft 2 dingen aan: lengte en hoogte), maar ik merkte dat mijn uitleg een beetje chaotisch werd. Dat kwam mede dankzij het feit dat minstens de helft van de klas deze theorie blijkbaar al lang kende en een beetje verveeld raakte. Lennard heeft het even overgenomen bij het gedeelte waar ik ritmes op het bord had geschreven en de klas het moest klappen. Geweldig om te zien hoe hij dat deed. Gewoon een koebel erbij, een ritme slaan en aan iemand vragen: welk ritme heb ik nu gespeeld? Daarna de maat slaan en iemand aanwijzen die ritme 1 mag klappen. Daarna met de hele klas dat ritme. Als het tempo te snel gaat, gewoon opnieuw beginnen. Wow, dan doet iedereen wel goed mee ja.

Mijn start was dus niet zo flitsend, maar ik heb het idee dat het daarna wel goed ging. Ik was in staat om elk groepje goed op weg te helpen, en iedereen wist ook wat ze moesten doen. Als een groepje zat te klieren riep ik ze gewoon bij elkaar en zei: "oke, wat is jullie taakverdeling? Waarom zitten jullie met z'n drieen op een keyboard? Weet je wat, jij pakt een djembe en slaat de maat. Jullie twee nu goed opletten. 1 2 3 4, en spelen."
Ik voelde me op de een of andere manier gesterkt door het voorbeeld dat Lennard aan het begin van de les gaf met die ritmes. Gewoon heel kort en zakelijk, zeggen waar het op neer komt. Dat werkt.

Ik heb ook te horen gekregen dat ik duidelijkere doelen moet stellen:
"Je moet iets waarneembaars als doel stellen. Kijk, bij een voetbalwedstrijd is het altijd te zien wanneer er gescoord is, en als je het niet zag spoel je gewoon de video terug en kijk je nog een keer. Het is dan een feitelijk doel. Zo'n doel moet je ook bij muziekopdrachten stellen. Je moet zeker kunnen vaststellen dat de leerlingen dat doel ook bereiken."

Het afsluiten van de les ging ook goed. Ik had iedereen op tijd gewaarschuwd dat ze naar het lokaal moesten komen en iedereen zat weer aan een tafel een paar minuten voor de bel ging. Ik heb toen nog even gezegd dat iedereen moest onthouden waar ze mee bezig waren, omdat we hier de volgende les op doorgaan. Toen hebben we allemaal de instrumenten opgeruimd en ging de bel.

woensdag 8 april 2009

Update

Tijd voor een update.

De vorige les (alweer 2 weken terug) heb ik met zowel 1havo/vwo als 1gym een ritme opdracht gedaan. Hierbij stelde ik twee eisen:
1. Er moet sprake zijn van een doorgaande puls; de maat moet duidelijk zijn.
2. Iedereen uit het groepje moet, in de maat, een kleine 'solo' klappen/trommelen.

Aanvankelijk had ik het idee dat een havo/vwo klas qua muzikaliteit niet zou verschillen met een gymnasium klas. Ik ben er nog steeds niet uit of de gymnasium klas nou daadwerkelijk muzikaler is, maar de inzet is over het algemeen wel hoger. Dit maakt dat ik het makkelijker vind om met de gym klas om te gaan (qua manier van aanspreken en verder helpen met opdrachten) maar dat ik ze wel vaak enorm onderschat. Waar de havo/vwo klas zeker een half uur nodig had om een ritmestukje te maken, waren sommige groepjes in de gym klas al binnen een kwartier klaar.


De lessen van vandaag, 8 april 2009.

4e uur (1 havo/vwo):
De vorige les stond dus in het kader van ritme. Vandaag ben ik met de havo/vwo klas verder gegaan dan dat. Ik had 4 partijen geschreven (2 in a-mineur en 2 in C-groot) waarvan ik dacht dat het voor hen te doen zou zijn. De bedoeling was dat ze in groepjes zo'n melodie zouden spelen en er ook een percussie begeleiding onder zouden zetten.

Ik begon de les klassikaal, omdat ik ze een gezamenlijke instructie zou geven. Hier heb ik meteen een fout gemaakt waar ik de rest van de les spijt van had: in mijn instructie heb ik ze gevraagd groepjes te vormen voordat ik vertelde wat de opdracht was. Resultaat: concentratie weg, iedereen gaat zoeken naar vrienden met wie hij of zij graag in een groepje wilt, en met wie ze niet in een groepje willen. Chaos.
Op het moment dat ik het zei dacht ik al "oh man, waarom?!". Ik heb precies dezelfde fout namelijk ook al een keer op de basisschool gemaakt. Maar ja, als je het eenmaal gezegd hebt is het te laat. Toen er dus zo'n 5 minuten verloren waren gegaan aan groepjes vormen heb ik uitgelegd wat de bedoeling was, maar volgens mij kwam dat toen niet zo goed meer over. Ik heb dan ook bijna bij elk groepje nog apart moeten uitleggen wat ze moesten doen.

Noten lezen kunnen ze wel, maar ze denken dat ze het niet kunnen. Een paar leerlingen vroegen me of ik de letters boven de noten wilde schrijven, en toen ik dat eenmaal gedaan had speelden ze het zo weg. Lennard, mijn mentor, heeft me aangeraden om dit niet te doen, maar in plaats daarvan een 'spiekbriefje' te maken waarop de leerlingen kunnen zien welke noot bij welke letter hoort. Anders gaan de leerlingen namelijk enkel de letters spelen en associeren ze die niet met de noten.

Tegen het einde van de les waren veel groepjes al best ver. Ik heb een paar meiden wat akkoorden geleerd op de gitaar zodat ze de melodie konden begeleiden. Volgende week gaan we met deze opdracht verder, en dan ben ik ook van plan om melodie 1 & 2 samen te laten spelen (3&4 idem). Ik heb die melodieën namelijk zo geschreven dat ze -als het goed is- mooi over elkaar passen.
Tot slot nog één ding. Vijf minuten voor de bel werd ik door een van de groepjes gevraagd om even te luisteren wat ze al hadden. Het was een vrij simpele opzet, maar ze hadden in elk geval een goede puls en de melodie klonk lekker. Toen viel het me op dat één jongen helemaal niets deed; hij stond er maar gewoon een beetje bij. Ik complimenteerde de groep met hun werk, en vroeg toen waarom Tim (zo heette hij) niet meedeed. Het antwoord: "ik kan niets spelen".
"Wat een onzin" heb ik gezegd, "je hoeft helemaal niet fantastisch te kunnen spelen, het gaat erom dat je met de groep samen iets neerzet, en als iedereen iets simpels speelt dat goed in de maat loopt klinkt het vanzelf mooi. Kom, welk instrument wil je spelen?".
Maar hij wist het echt niet. Uiteindelijk zei hij met tranen in zijn ogen dat hij wel wilde drummen, maar dat hij dat ook niet kon en dat bovendien een ander groepslid dat al deed. Ik heb hem toen geprobeerd gerust te stellen (en zijn groepsleden trouwens ook, echt heel goed van ze!), maar het mocht niet baten. De bel ging kort daarna en ik heb toen met hem afgesproken dat hij zich er geen zorgen over moest maken en dat we volgende week wel iets voor hem zouden uitzoeken.
Maar ik weet nog niet echt hoe dat gaat aflopen. Hoe pak je zoiets aan?

5e uur (1 gym):

Fruitcanon time! De eerste keer dat ik op deze school lesgaf (1 havo/vwo) heb die canon met hun gedaan, maar kwam erachter dat ze het toch nog lastig vonden (lees mijn vorige blog bericht).
Dus wat ik gedaan heb, is de verbeterpunten van die eerste les geprobeerd toe te passen op deze les. Als een soort rematch, zeg maar. Helaas, ik blijf die gymmies onderschatten.
Blijkbaar vonden ze dit liedje een beetje onder hun stand, een beetje te kinderachtig. Ze raakten dan ook al snel verveeld tijdens het aanleren, wat zich uitte in futloze houdingen en wazige ogen. Toen ik dit merkte heb ik eerst wat gedaan aan hun zanghouding, inclusief inzingoefeningen. Maar het tempo bleef blijkbaar te traag voor ze. Aan de andere kant kenden ze het lied nog niet goed genoeg om er mee op te houden. Nieuwe input: gitaar gepakt en het nummer op een Bob Marley achtige manier (reggae achtige strum) begeleid. "Jullie kennen Bob Marley toch? Ja? Hoe zou hij het nummer gezongen hebben?". Lennard is ook nog achter het drumstel gekropen om een reggae beat te geven. Dit vonden ze wel weer even leuk, maar uiteindelijk zakte het toch weer in elkaar.

De laatste tien minuten, toen we de canon al redelijk hadden uit weten te voeren, heb ik ze in groepjes een paar nieuwe regels voor de canon laten verzinnen. Het moest één van de melodieën van de bestaande regels zijn, en de tekst moest over fruit gaan. Hier hadden ze uiteraard geen tien minuten voor nodig, zelfs geen vijf. Binnen de eerste minuut was iedereen klaar (onderschat). Dit hebben we toen met z'n allen nog een keer uitgevoerd, en toen was de tijd om.

Voor deze klas moet ik echt een uitdaging verzinnen. Ideeën zijn altijd welkom.